In deze tweede serie treft U portretten van Poolse slachtoffers van het repressieve regime van de Russische Tsaren gedurende de periode van de Poolse delingen (1772 tot 1918, 146 jaar!). Door onderling gekrakeel van de Poolse Szlachta (de Poolse adel), die op hun rechten bleven staan tegenover de gekozen Poolse koningen en binnen de Sejm (het Poolse parlement) diverse fracties vormden, werd het Pools-Litouwse Gemenebest in resp. 1772, 1793 en 1795 verdeeld onder Pruisen, Rusland en Oostenrijk. In het Russische deel van Polen werd het katholieke geloof door de orthodoxe Tsaren zwaar onderdrukt; zo waren bijvoorbeeld de religieuze orden en katholieke hogescholen in dat gebied verboden.

Zowel aartsbisschop Zygmunt Szczęsny Feliński (1822-1895) als pater Rafael (Jozef) Kalinowski (1835-1907) zijn in het Russische deel van Polen geboren. Beide hebben in Sint-Petersburg gestudeerd, beide waren ieder op een andere wijze betrokken bij de Januari-opstand van 1863, beide zijn hiervoor door de Russische Tsaar Alexander II (die regeerde van 1855-1881) voor jaren voor straf naar Siberië verbannen. In hoeverre beide elkaar in Warschau hebben gekend is niet bekend.

BIOGRAFIE: Aartsbisschop Zygmunt Szczęsny Feliński, SFO, werd op 1 november 1822 geboren in Wojutyn in Volinia (nu Oekraïne). Hij was de derde in een katholiek Pools gezin van zes kinderen. Zijn vader stierf toen hij elf jaar oud was. Vijf jaar later, in 1838, werd zijn moeder naar Siberië verbannen, omdat ze zogenaamd meewerkte aan een Poolse nationalistische beweging; in werkelijkheid probeerde ze de sociale en economische leefomstandigheden van de boeren te verbeteren.
Na het behalen van zijn gymnasiumdiploma ging hij van 1840 tot 1844 aan de universiteit van Moskou wiskunde studeren. In 1847 vertrok hij naar Parijs om Franse literatuur te gaan studeren. In de kringen van de Poolse ballingen leerde hij toen de bekende Poolse dichters Adam Mickiewicz (1798-1855 Contantinopel) en Juliusz Slowacki (1809-1849 zuid Frankrijk) kennen. In 1848 nam hij deel aan de Poolse opstand van Poznan tegen de Pruisische bezetter.

PRIESTER: In 1851 keerde hij terug en ging naar het seminarie van het bisdom Zytomierz (nu Oekraïne). Op 8 september 1855 werd hij door aartsbisschop Mgr Ignacy Holowinski van Mohilev (nu Wit-Rusland) tot priester gewijd. Als kapelaan werkte hij daarna in Sint-Petersburg in de Dominikaner parochie van Sint Catharina van Siena. In 1857 werd professor filosofie werd aan de kerkelijke academie, eigenlijk een soort grootseminarie. Begaan met het lot van de vele arme gezinnen en weeskinderen in Sint-Petersburg stichtte hij in datzelfde jaar voor hen de Congregatie van de Franciscanessen van de Familie van Maria.

BISSCHOP: Na de mislukte November-opstand van 1830 (door Tsaar Nicolaa I neergeslaen) ontstond in oktober 1861 in Warschau opnieuw een oproer tegen de Russische bezetter. De oppositieleiders hielden in de Warschause kerken protestbijeenkomsten, enerzijds omdat het Russische leger daar niet naar binnen mocht, anderzijds ook om te tonen dat ze geen communist waren. Op 14 oktober 1861 werd de noodtoestand uitgeroepen. De protestdemonstraties gingen echter gewoon door. Twee kerken werden door het Russische leger opengebroken. Uit protest daarop werden door de bisdom-vicaris alle kerken in Warschau gesloten.
Op 5 oktober 1861, vlak voor het oproer begon, was de aartsbisschop van Warschau Mgr Antoni Melchior Fijalkowski (1778-1861) gestorven. Door Paus Pius IX werd op 6 januari 1862 Zygmunt Feliński tot aartsbisschop van Warschau benoemd. Hij werd in Sint-Petersburg gewijd door aartsbisschop Waclaw Żyliński van Mohilev. Toen hij op 9 februari 1861 zijn bisschopszetel in bezit nam, werd hij door de bevolking van Warschau met argwaan bejegend. Zijn benoeming had de goedkeuring van de Tsaar Alexander II gekregen, van wie ze niets moeten hebben. Mgr Feliński gaf opdracht al de kerken weer te openen en een 40-uren gebed voor het H. Sacrament te organiseren. Hij verbood de politieke demonstraties in de kerken. Paus Pius IX moedigde hem echter wel aan om  te strijden voor meer burgerlijke vrijheden en voor meer vrijheid van de Poolse katholieke kerk.

1863 JANUARI-OPSTAND: Uiteindelijk brak in januari 1863 in het gehele bezette gebied de opstand uit, die door de Russen zeer brutaal werd neergeslagen met vele executies en verbanningen naar Siberië. Onderaan treft U een tiental etsen van de bekende Poolse artiest Artur Grottger (1837-1867), die hij over deze opstand maakte. Tijdens deze opstand was Józef Kalinowski (zie voor zijn korte biografie onder Pater Rafael Kalinowski) minister van oorlog voor de regio Vilnius in de Poolse Voorlopige Regering. Mgr Feliński protesteerde bij Tsaar Alexander II tegen het brute Russische optreden en tegen de doodstraf van de Kapucijner Pater Agrypin (Piotr Pawel) Konarski ((+12 juni 1863, slechts 43 jaar oud). Hij schreef in een strenge brief aan Tsaar Alexander II, dat iedere natie als grondrecht een eigen bestuur moet hebben en maande de Tsaar Polen zijn onafhankelijkheid terug te geven met alle gebieden van voor de deling. De Tsaar, niet gediend van dit soort commentaar, liet Mgr Feliński arresteren en verbanen naar Jaroslaw aan de Wolga. Het beetje autonomie, dat de Polen nog haddden, werd nu door de Tsaar afgenomen door volledige annexatie van Polen bij Rusland en door de degradatie van Polen tot een Russische gouvernement, Wisłaland geheten.

EXILE: Na de dood van Tsaar Alexander II (in 1881 bij een bomaanslag omgekomen) werden onder Paus Leo XIII (paus van 1878 tot 1903) tussen de Heilige Stoel en Rusland onderhandelingen geopend om een oplossing voor Warschau te vinden. Uiteindelijk mocht Mgr Feliński in 1883 als balling het land verlaten en trad hij terug als aartsbisschop van Warschau.
Hij ging in het Oostenrijkse deel van Polen in het dorp Dzwiniacka, zuidoost Galicië, als parochiepriester werken. Op 17 september 1895, 72 jaar oud, is hij in Krakau overleden. Na het herstel van de Poolse natie werden zijn relieken in 1921 naar de kathedraal van Warschau overgebracht.

In zijn laatste levensjaren heeft hij de in Siberië geschreven geestelijke literatuur bewerkt en laten uitgeven. Enige titels: (1) Geestelijke meditaties, (2) Geloof en atheïsme op zoek naar geluk, (3) Meditaties over roeping, (4) Sociale betrokkenheid, Christelijke wijsheid en atheïsme, en (5) zijn Dagboeken. Deze grote figuur in de Poolse geschiedenis werd op 17 augustus 2002 te Krakau door Paus Johannes Pauls II zalig gesproken en op 11 oktober 2009 te Rome door Paus Benedictus XVI heilig gesproken. Zijn feestdag is op 17 september.