In onze serie 'Geloofsgetuigen van de Zwijgende Kerk', de vervolgde kerk in Oost-Europa in de 20ste eeuw hierbij een portret van Hongaarse bisschop-martelaar János Scheffler van Szatmár, Transsylvanië.  

De zalige bisschop JÁNOS SCHEFFLER werd op 29 oktober 1887 geboren in een Hongaars kinderrijk boerengezin te Kálmánd (nu Cāmin geheten). Na het behalen van zijn gymnasium diploma te Szatmár, volgde hij aan de Péter Pázmány Universiteit te Budapest zijn theologische studies. Op 6 juli 1910 werd hij in Szatmár door bisschop Dr Tibor Boromisza tot priester gewijd. Daarna studeerde hij te Rome aan de Gregorianum Universiteit, waaraan hij in 1912 promoveerde als Doctor in het Kerkelijk Recht. Terug in Szatmár leidde hij daar in 1920 het Hoofdgymnasium. Na de samenvoeging in 1930 van de bisdommen Szatmár en Nagyvárad werd hij theologieprofessor in Gyulafehérvár.

HISTORISCHE ACHTERGROND: Door de grote politieke veranderingen op het einde van de eerste Wereldoorlog, die de Oostenrijk-Hongaarse Dubbelmonachie had verloren, werd het gebied rond Szatmár (D: Sathmar; R: Satu Mare) en Nagyvárad (D: Grosswardein; R: Oradea), geheel Zevenburgen met haar hoofdstad Gyulafehérvár (D: Stuhlweissenburg, sinds 1711 Klausenburg; R: Alba Iulia) en een deel van de Banaat van Temesvár (D: Temeswar; R: Timişoara) door de Roemenen bezet.
Bij het (vredes)verdrag van Trianon van 4 juni 1920 (genoemd naar een paleis bij Versailles, Parijs) werd deze inbeslagname door de Entente (Groot-Brittannië, Frankrijk en Amerika) bekrachtigd.
Bij het Eerste Scheidsgericht van Wenen (2 november 1938) kreeg Hongarije oude delen in het zuiden van Slowakije (waaronder de stad Kassa) terug. Bij het Tweede Scheidsgericht van Wenen (30 augustus 1940) kreeg Hongarije een noordelijk deel van Zevenburgen terug, waaronder ook de steden Szatmár en Nagyvárad, en Szeklerland. Het gebied rond Gyulafehérvár bleef van Roemenië.
Bij de Vrede van Parijs van 1947 gingen deze gebieden weer terug naar respectievelijk Slowakije en Roemenië. Voor deze gebieden zijn voor de plaatsnamen drie spellingen in gebruik: een Hongaarse (H), een Duitse (D) en een Roemeense (R) benaming.

1942 BISSCHOP VAN SZATMÁR: Na diverse functies werd hij op 26 maart 1942 door Paus Pius XII tot bisschop van Szatmár en apostolisch administrator van Nagyvarád benoemd. Sinds het Tweede scheidsgericht van Wenen van 1940 behoorde deze streek met die van Nagyvarád weer bij Hongarije. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Szátmár door het Rode Leger bezet, waarna de communistische terreur begon.
Na de eenzijdige annulering van het concordaat op 1 augustus 1948 door het nieuwe regime in Boekarest begon de meer dan 40-jarige terreur van dit atheïstische communistische regime tegen de Katholieke Kerk; de Grieks-Katholieke Kerk werd bij decreet opgeheven en al haar goederen werden onteigend. In de periode van augustus 1948 tot december 1989, de  val van dictator Ceauşescu, stierven onder meer zes Grieks-Katholieke bisschoppen en 1405 priesters en religieuzen, vaak na zware martelingen, in de gevangenissen en strafkampen: Roemenië kan terecht het land van de martelaren genoemd worden.

1950 ARRESTATIE: Bisschop Scheffler was op 23 mei 1950 gearresteerd door de Securitate, de geheime politie van het Roemeense, communistische bewind. Na zware mishandelingen overleed hij op 6 december 1952 in de Julava–gevangenis van Boekarest. Hij werd in een naamloos graf gelegd, dat echter door een orthodoxe priester aldaar werd gemerkt. In 1965 werden zijn stoffelijke resten op zijn aanwijzingen door een katholieke priester heimelijk naar Szatmár overgebracht.

2011 ZALIGVERKLARING: In het bijzijn van 35 bisschoppen uit Roemenië, Hongarije, Duitsland en Italië, ongeveer 150 priesters en circa 20.000 gelovigen werd bisschop János Scheffler in zijn eigen bisschopsstad op zondag 3 juli 2011 als martelaar zalig verklaard. De Hongaarse Bisschop Pál Reizer van Szatmár (1990-2002) was zijn zaligverklaringsproces begonnen. Als postulator was de bekende Salesianer pater János Szöke aangesteld. Tijdens deze plechtigheid, voorgegaan door Kardinaal Péter Erdő van Esztergom-Budapest, kon Kardinaal Angelo Amato van de Congregatie van Zalig- en Heiligverklaringen namens Paus Benedictus XVI het document van de zaligverklaring voorlezen. Bisschop János Scheffler ligt begraven in een zijkapel van de kathedraal van Szatmár. Zijn herdenking is op 6 december.

De foto's in het fotoboek hieronder betreffen de plechtigheid van de zaligspreking op zondag 3 juli 2011 en zijn genomen van de website van het Bisdom van Szatmár, Roemenië en zijn vrij van rechten.