In onze serie ‘Getuigen van de Zwijgende Kerk’, de vervolgde kerk van Midden- en Oost-Europa hierbij een portret van Mgr Josef Kardinaal Beran (1888-1969), Aartsbisschop-Metropoliet van Praag en Primaat van Tsjecho-Slowakije. Op een bidprentje, in 1950 uitgegeven door de Katholieke Actie, staan 47 bisschoppen vermeld, die door de verschillende communistische regimes geïnterneerd waren.  Als laatste wordt Mgr Dr Josef Beran genoemd, toen aartsbisschop van Praag.

Kardinaal Josef Beran werd gedurende zijn leven een symbool van de oppositie tegen totalitaire regimes. Hij werd geboren op 29 december 1888 in de bisschopsstad Pilsen, Bohemen, dat tot september 1918 deel uit maakte van het Oostenrijkse deel van de Habsburgse Dubbelmonarche. Hij volgde zijn priesteropleiding aan het seminarie van Pilsen en later in Rome. In 1911 werd hij priester gewijd en reeds het jaar daarop promoveerde hij tot Doctor in de Theologie. Na zijn studie deed hij pastoraal werk in parochies. In 1932 werd hij rector van het grootseminarie van Praag en professor aan de oudste universiteit van Midden-Europa, de Karel-Universiteit, in 1348 gesticht door Keizer Karel IV, keizer van het heilige Roomse Rijk en koning van Bohemen.

TWEEDE WERELDOORLOG: In 1939 werd Tsjech-Slowakije door de Duitsers bezet: er brak er een zeer moeilijke tijd aan. Bohemen en Moravië werden een Rijksprotectoraat. Plaatsvervangend Reichprotector werd SS-generaal Reinhard Heydrich, een beruchte Nazileider, met de bijnamen als De slager van Praag en Het blonde beest!. Zijn optreden tegen het Tsjechische verzet was meedogenloos. Op 27 mei 1942 werd een aanslag op hem gepleegd. Op 4 juni daaropvolgend stierf hij aan zijn verwondingen. Uit wraak werd het gehele Tsjechische dorp Lidice uitgemoord, de huizen in brand gestoken en de grond met buldozers geeffend.
Josef Beran werd in 1940 samen met andere priesters eerst gevangen gezet in de Praagse gevangenis Pankric, toen naar Theresienstadt gebracht, en tenslotte naar Dachau, bij München.

NA 1945: Na de bevrijding van het concentratiekamp Dachau in mei 1945 kon Josef Beran naar Praag terugkeren. Door het overlijden van aartsbisschop Karel Kašpar in april 1941 was de Praagse zetel meer dan vier jaar vacant. Op 4 november 1946 werd Josef Beran door Paus Pius XII benoemd tot aartsbisschop van Praag en werd daarmee tevens de Primaat van Tsjecho-Slowakije. Zijn bisschopswijding ontving hij van de toenmalige nuntius, de Italiaanse aartsbisschop Xaverio Ritter. De co-consecratoren waren Mgr Moric (Maurice) Picha (+1956), bisschop van Hradec Králové en Mgr Antonin Eltschkner (+1961), hulpbisschop van Praag

COMMUNISTISCHE TERREUR: Na 1945 werd de parlementaire democratie in Tsjecho-Slowakije hersteld. Naar schatting werden toen drie miljoen etnische Duitsers, die generaties lang daar woonden met geweld uit het land verdreven. Ook werden honderdduizenden etnische Hongaren, die in het zuiden van Slowakije woonden, onder meer ook uit rancune over de tijdelijke Hongaarse bezetting van onder de oorlog uit het land gezet. Het Tsjechische deel kreeg door de uitzetting van de Duitsers een tekort aan arbeidskrachten. Dit probleem werd deels opgelost door Hongaren uit het Slowaakse deel als dwangarbeider in te zetten. Het meest oostelijke deel, Roethenië, werd door de Sovjet-Unie ingelijfd.
Bij de verkiezingen van 1946 werd de communistische partij in Tsjechië het grootst [naar het adagium: wie telt, die wint!]. Op 20 februari 1948 grepen zij de macht in het land. De Stalinist Klement Gottwald werd president van Tsjecho-Slowakije.

ARRESTATIE: Aartsbisschop Josef Beran pleitte steeds maar weer voor vrijheid van godsdienst en voor mensenrechten. Hij waarschuwde zijn priesters om geen eed af te leggen voor de nieuwe communistische regering en veroordeelde de schismatieke priesterbeweging van de Pax-priesters. Als voorname opponent van de communistische machthebbers werd hij op 19 juni 1949 gearresteerd. Er volgde een schijnproces, waarbij hij tot levenslange gevangenis werd veroordeeld. Vanaf 1949 tot 1963 volgde een periode van verschillende gevangenissen en later strikt gecontroleerd huisarrest.

EXILE: Op aandringen van Paus Paulus VI om nieuwe bisschopsbenoemingen in Tsjecho-Slowakije mogelijk te maken verliet hij februari 1965 zijn vaderland voor Rome. Daar kon hij nog de laatste zitting van het Tweede Vaticaanse concilie meemaken. In 1965 werd hij door Paus Paulus geëerd met de kardinaalshoed. Op 17 mei 1969 is hij te Rome gestorven. Zijn stoffelijke resten rusten in een tombe in de crypte van de Sint Pieter-basiliek.

HERBEGRAFENIS: In zijn testament heeft Kardinaal Josef Beran de wens geuit, om als Tsjechië weer vrij zou zijn van een communistische regiem, hij graag in Praag begraven wilde worden. Met speciale toestemming van Paus Franciscus en met medewerking van de Tsechische regering zijn de stoffelijke resten van Kardinaal Josef Beran op 20 april 2018 plechtig overgebracht van de Sint Pieter in Rome naar de St Vitus Kathedraal in Praag. De huidige aartsbisschop van Praag, Kardinaal Jaroslav ('Dominik') Duka, O.P., leidde deze herbegrafenis. Inmiddels is ook een zaliverklaringsproces in gang gezet.