In onze serie 'Geloofsgetuigen van de Zwijgende Kerk', de vervolgde kerk in Oost-Europa in de 20ste eeuw hierbij een portret van de Hongaarse priester en Cisterciënser novice János Brenner (1931-1957), die vlak voor zijn 26ste verjaardag uit geloofshaat door de AVH, de geheime Hongaarse politie, is vermoord.

TIJDSBEELD: De diocesaan priester en Cisterciënser novice János Brenner leefde in een zeer turbulente periode van de  Hongaarse geschiedenis. Na 1945 werd de Katholieke Kerk in geheel Oost-Europa door de communistische regimes zwaar onderdrukt. De Kerk heeft van 1945 tot 1989, toen de Berlijnse muur viel, in heel Oost-Europa veel offers moeten brengen. Zo werd in 1949 de Hongaarse Kardinaal József Mindszenty na een showproces tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Bij de Hongaarse Volksopstand, die op 23 oktober 1956 begon, werd hij door de opstandelingen bevrijd om een paar dagen later, op 4 november toen de Russische tanks Budapest binnenvielen, asiel te krijgen op de Amerikaanse ambassade; daar verbleef hij tot 1971 om toen zijn dierbare vaderland te moeten verlaten wegens een deal tussen het Vaticaan en de Hongaarse communistische regering. Na de arrestatie van Kardinaal Mindszenty werden bijna alle katholieke scholen in Hongarije genationaliseerd, hun goederen in beslag genomen en de kloosterorden opgeheven. In juni 1950 werden op een nacht duizenden priesters en religieuzen opgepakt, in de gevangenis gezet of naar strafkampen gestuurd.

BIOGRAFIE: Tegen deze achtergrond van communistische onderdrukking en intimidatie tegen de Katholieke Kerk moet men het korte leven van de Hongaarse priester János Brenner plaatsen. Hij werd op 27 december 1931 te Szombathely geboren. Hij was de tweede zoon van een ouderpaar, dat uiteindelijk drie zonen zou krijgen, die alle drie priester zijn geworden. De stad Szombathely, gelegen in West Hongarije, is sinds 1777 bisschopsstad en is volgens de overlevering de geboorteplaats van de Heilige Martinus van Tours, de grote Apostel van Frankrijk.
In 1941 verhuisde de familie naar Pécs, gelegen in Zuid Hongarije. Daar doorliep hij het gymnasium van de Cisterciënsers. In 1946 keerde de familie weer terug naar Szombathely. Kort daarna werden de religieuze scholen opgeheven. Omdat hij monnik wilde worden, trad János in bij de Cisterciënsers in het klooster van Zirc en nam als novice de naam Anastasius aan. Nadat de orden werden opgeheven volgde hij zijn theologiestudie eerst in Budapest, vervolgens te Szombathhely, en toen ook dat seminarie werd gesloten in Győr. Daar voltooide hij zijn priesteropleiding.
Op 19 juli 1955 werd hij, 24 jaar oud, door de toenmalige bisschop van Szombathely, Mgr Sándor Kovács (1944-1972) tot priester gewijd. Hij werd benoemd in Rábakethely bij pastoor Dr Ferenc Kozma. Omdat hij daar veel jeugdwerk verrichtte, werd hij al gauw door de Hongaarse geheime politie, de AVH, bedreigd. Vooral na het neerslaan van de Hongaarse volksopstand van oktober 1956 werd de situatie in Hongarije grimmiger. De nieuwe communistische leider János Kádár (*Fiume 1912, dictator van 1956 tot zijn aftreden op 27 mei 1988, overleden 6 juli 1989) had de touwtjes strak in handen genomen. Er werden 228 executies uitgevoerd, ook minderjarigen, waaronder als bekendste Péter Mansfeld (1941-1959, na drie jaar dodecel op z'n 18de verjaardag opgehangen). Rond de 13.000 personen werden gedeporteerd naar de Sovjet-Unie. Volgens schattingen zijn tijdens en vlak na de Volksopstand rond de 228.000 burgers naar het Westen gevlucht.

DE AANSLAG: Vlak voor zijn 26ste verjaardag werd hij op 15 december 1957 ’s-nachts door een 17-jarige jongen bij een stervende geroepen om de Laatste Sacramenten toe te dienen. Hij ging te voet de lange weg van Rábakethely naar het nabijgelegen dorp Zsida. Onderweg werd hij overvallen en met 32 messteken gedood. Niemand werd indertijd voor deze laffe moord bestraft.

HERDENKEN: Tot aan de omwenteling van 1989 durfde niemand over de gewelddadige dood van deze jonge kapelaan te spreken. In het seminarie van Győr, waar János Brenner had gestudeerd, moest op bevel van de AVH een portret van János Brenner worden verwijderd. Pas na 1989, na de val van de Berlijnse muur, toen ook Hongarije weer een normale democratie werd, kon op 13 december 1992 op de plaats, waar de moord gepleegd was, een herdenkingskruis geplaatst worden.
Op die plaats werd op 25 augustus 1996 een eenvoudige kapel, genaamd ‘De Goede Herder’ door de toenmalige bisschop István Konkoly (1987-2006) ter zijner herinnering ingewijd.
Op 3 oktober 1999 werd door bisschop Konkoly het diocesane proces voor zijn zaligverklaring als martelaar geopend, dat op 31 juli 2008 werd afgesloten. De documenten zijn toen naar de Vatikaanse Congregatie voor Zalig- en Heiligverklaringen gestuurd gestuurd.
50 jaar na de brute moord riep de huidige bisschop András Veres het jaar 2007 uit tot een János-Brenner-Gedenkjaar om de gedachtenis aan deze bijzondere priester levendig te houden. Wie de dagboeken van priester-novice János Brenner leest, komt zeer onder de indruk van de diepe religiositeit van deze jonge priester. Hij ligt begraven in de crypte van de Salesianerkerk van Szombathely.

ZALIGVERKLARING: Op 8 november 2017 werd priester János Brenner door Paus Franciscus als martelaar (gedood uit geloofshaat) erkend. In het bijzijn van zeer veel bisschopen uit Hongarije zelf en uit het buitenland en zeer veel gelovigen vond zijn zaligverklaring plaats te Szombathely op dinsdag 1 mei 2018 namens Paus Franciscus door Zijne Eminentie Kardinaal Angelo Amato. De Hongaarse Primas, Zijne Eminentie Kardinaal Péter Erdö, aartsbisschop van Esztergom-Budapest,  noemde in zijn preek de nieuwe zalige János Brenner een Hongaarse Tarcisius wegens het Eucharistische offer dat hij door zijn door dood gaf; hij moedigde de misdienaars aan om hun dienst aan het altaar zeer ernstig te nemen en godsvruchtig die dienst uit te voeren.