In onze serie ‘Geloofsgetuigen van de zwijgende kerk’, de vervolgde kerk in Oost-Europa in de 20ste eeuw hierbij een portret van de Poolse priester-martelaar Jerzy Popiełuszko.

Met grote vreugde werd op 19 december 2009 het nieuws ontvangen, dat Paus Benedictus XVI die dag het decreet had ondertekend van de erkenning van het “martelaarschap van de Dienaar Gods Jerzy Popiełuszko, die in oktober 1984 in de nabijheid van Wlocławek/Laslau (Polen) uit geloofshaat is gedood.” Door het aartsbisdom van Warschau werd daarna bekend gemaakt, dat de zaligverklaring in Warschau zou plaatsvinden op zondag 6 juni 2010.

In zijn Encycliek 'Veritas Splendor' (van 6 augustus 1993) schreef de Heilige Paus Johannes Paulus II, dat er altijd nieuwe martelaren zullen zijn, ook vandaag de dag, “zij zijn de bewakers van de grens tussen goed en kwaad.” De preken van priester Jerzy Popiełuszko waren oprecht en eenvoudig, aldus de aartsbisschop van Warschau. "Hij had een charisma, dat mensen aantrok." Uitspraken van priester Jerzy: “Laat U niet overweldigen door het kwade, maar overwin het kwaad door het goede.” "Het is de plicht van de Christen de Waarheid te verdedigen, ook wanneer dit alles kost." Priester Jerzy was een onvermoeibare verdediger van de menselijke waardigheid. De zaligverklaring in het Jaar van de Priester is een teken aan de priesters om te blijven getuigen van de Waarheid, die in Christus is, de Goedheid en de Liefde van God. Het Jaar van de Priester (Annus sacerdotalis, 19 juni 2009 tot 11 juni 2010) is door Paus Benedictus XVI uitgeroepen ter viering van de 150ste sterfdag van Pastoor van Ars.

PRIESTER JERZY werd geboren op 14 september 1947 in het dorpje Okopy Suchowola (Oost-Polen), Na let Lyceum ging hij in Warschau naar het Grootseminarie. In de jaren 1966-1968 werd zijn studie onderbroken voor verplichte militaire dienst. Daar kwam hij in een speciale eenheid van priesterstudenten die door hun superieuren zwaar werden onderdrukt. Reeds toen toonde hij zijn moed door onder meer te weigeren om zijn H. Rozenkrans te vertrappen. Op 28 mei 1972 werd hij door Kardinaal Stefan Wyszyński priester gewijd. Wegens zijn slechte gezondheid [hij leed aan een ernstige vorm van suikerziekte] was het normale parochiewerk voor hem te zwaar. Eind 1978 werd hij zielzorger voor ziekenhuispersoneel van Warschau. Sinds mei 1980 woonde hij in de pastorie van de St Stanisław Kostka parochie in de wijk Zoliborz van Warschau.

DE STAKINGEN VAN 1980: Tijdens de augustusstakingen van 1980 werd door de arbeiders van Warschau om een priester gevraagd voor het opdragen van de H. Mis. Hij bood zich aan om te gaan, niet vermoedend wat hem te wachten zou staan. Aangekomen bij de poort werd hij met grote bijval van de arbeiders welkom geheten. Met hen ontstond er een grote vriendschapsband. Hij las voor hen de H. Mis, hoorde hun biecht en gaf hen geloofsonderricht. Hij was voor hen “hun priester” geworden. Vanaf het bordes aan de voorzijde van zijn parochiekerk vierde priester Jerzy met duizenden gelovigen de maandelijkse H. Mis voor het Vaderland. Deze steun aan de arbeiders van Warschau en elders in Polen en het opkomen voor de geloofsvrijheid in het door de communisten overheerste Polen is hem uiteindelijk noodlottig geworden.

ONTVOERING DOOR GEHEIME DIENST: Op 19 oktober 1984 werd  de bij de Poolse arbeiders zo populaire priester Jerzy Popiełuszko op weg naar zijn pastorie in Warschau ontvoerd, mishandeld, doodgeslagen en in een jutezak, verzwaard met stenen, in een bassin van de rivier de Weichsel gedumpt. Wegens zijn werk voor de arbeiders was hij door de Poolse geheime dienst staatsgevaarlijk verklaard. Na zijn ontvoering ging heel Polen op de knie om voor zijn veilige terugkeer te bidden. Met het verstrijken van de dagen werd steeds meer gevreesd voor een noodlottige afloop. Wegens zijn suikerziekte zou hij dringend insuline moeten gebruiken. Nergens in Polen werd klandistien hierom gevraagd. Ook de Heilige Paus Johannes Paulus II deed een oproep aan de ontvoerders om priester Jerzy vrij te laten. Uiteindelijk heeft een van de ontvoerders alles bekend gemaakt. Duikers vonden op de aangewezen plek in een waterbassin van de Weichsel het ontzielde lichaam van priester Jerzy.

ZIJN BEGRAFENIS: Op 3 november 1984 werd in het bijzijn van een tiental bisschoppen, honderden priesters en tienduizenden gelovigen [men spreekt zelfs van een half miljoen] priester Jerzy Popiełuszko door de aartsbisschop van Warschau-Gniezno, Primaat van Polen, Z.Em. Dr Józef Kardinaal Glemp in de voorhof bij zijn parochiekerk St Stanislaw Kostka in Warschau-Zoliborz begraven. De versiering van zijn graf bestaat uit stenen keien, die de H. Rozenkrans vormen, neergelegd in de contoor van de kaart van Polen. Het Kruis van de Rozenkrans, een blok graniet gehouwen in de vorm van een kruis, dekt zijn graf.

ZALIGVERKLARING - BEDEVAARTSOORD: Op 19 december 2009 heeft Paus Benedictus XVI het decreet ondertekend van de erkenning van "het martelaarschap van de Dienaar Gods Jerzy Popieluszko, oktober 1984 in de nabijheid van Wloclawek /Leslau (Polen) uit geloofshaat gedood".  Zijn zaligverklaring vond plaats te Warschau op zondag 6 juni 2010. Zijn graf is thans een groot bedevaartsoord. Dagelijks komen pelgrims bij zijn graf bidden om zijn voorspraak bij God in te roepen. Op zondag 14 juni 1987 kwam ook de Heilige Paus Johannes Paulus II als pelgrim bij zijn graf bidden. In de crypte van de St Stanislaw Kostka kerk is een museum ingericht ter zijner gedachtenis. Zijn liturgische gedenkdag wordt gevierd op 19 oktober.
Bij gelegenheid van de 25ste verjaardag van zijn overlijden gaf de Poolse Munt op 19 oktober 2009 drie gedenkwaardige munten uit, van 2zl (brons), 10zl (zilver) en 37zl (goud, 37zl omdat hij slechts 37 jaar oud werd).