sl-litouwen-01.jpg
Seminarie van Vilnius
sl-litouwen-02.jpg
Kasteel Trakai bij Vilnius

De kerstening van het heidense Litouwen begon eigenlijk vastere vormen door het huwelijk van Grootvost Wladislaus II Jagiello (geboren te Vilnius ca. 1351, overleden te Gródek Jagielloński (nu Horodok in Oekraïne) op 1 juni 1414) met de toen elfjarige koningin Jadwiga / Hedwig van Polen (1373-1399), dochter van Lodewijk de Grote (Nagy Lajos), koning van Hongarije en Polen. Door zijn huwelijk werd hij tot koning van Polen gekozen en legde hij door deze personele unie het fundament voor het latere Pools-Litouwse gemenebest. Hij was de laatste heidense vorst van het middeleeuwse Litouwen. Als grootvorst van Litouwen en koning van Polen kon hij de Litouwers en Polen verenigen in hun gezamenlijk strijd tegen de kruisridders van de Duitse Orde, die vanuit het huidige Pruisen gehele kust van de Oostzee tot aan Letland probeerden te veroveren.

 

Op 15 juli 1410 wist vorst Wladislaus II Jagiello met een verenigd leger van Polen en Litouwers de  kruisridders van de Duitse Orde voorgoed te verslaan in de Slag bij Tannenberg en Grunwald. De grootmeester Ulrich von Junggingen kwam daarbij om het leven. Saillant detail: de twee zwaarden die hij voor de strijd bij Wladislaus liet posteren zouden met Wladislaus in zijn kist zijn begraven.
Onder Casimir IV Jagiello (1440-1492) breidde de invloed van de Jagiello-dynastie zich nog verder uit. Hij bracht Pruisen onder de Poolse troon en zette zijn zoon op de troon van Tsjechië en Hongarije.In 1569 werden het koninkrijk Polen en het Groothertogdom Litouwen bij de Unie van Lublin tot één staat, tot het Pools-Litouwse Gemenebest verenigd. In deze tijd ook vestigden de Jezuïeten-orde zich in Litouwen en stichtten in 1579 de universiteit van Vilnius, een der oudste in dit deel van Europa.

In het Pools-Litouwse Gemenebest, ook wel de Adelsrepubliek genoemd, bezat de adel de macht. De invloed van de gekozen op het bestuur was zeer gering. Door vermenging van de Poolse en Litouwse adel vond er een sterke verpoolsing plaats.

 

 

 In de 18de eeuw bleek het Pools-Litouwse Gemenebest zeer verzwakt. Ze kon weinig weerstand bieden aan de buitenlandse invloeden. Bij de zogenaamde Poolse delingen van 1772, 1793 en 1795 kwam het Litouwse deel uiteindelijk in handen van de Russische Tsaren. Door de Tsaren werd het Latijnse alfabet verboden en de katholieke kerk onderdrukt. Literatuur in de Poolse en Litouwse taal was verboden. In de 19de eeuw waren er twee grote opstanden tegen de Russische bezetting, de zgn. Novemberopstand 1830-31, een reactie op het zeer repressieve bewind van Tsaar Alexander I en Tsaar Nicolas I van Rusland en die zich uitspreide vanuit Polen naar Litouwen, Wit-Rusland en Oekraïne, en de zgn. Januariopstand van 1863-64, een zeer langdurige guerilla-opstand in alle delen van het Pools-Litouwse Gemenebest, in Polen, Litouwen, Wit-Rusland, Letland, delen van Oekraïne en West-Rusland. Aanleiding van deze tweede grote opstand was de instelling van de dienstplicht voor meerdere jaren voor jonge Poolse mannenn in het Russische leger. Deze opstand begon op 22 januari 1863. Ze werd bruut neergeslagen. Meer dan 70.000 opstandelingen werden naar Siberië verbannen. Een ander gevolg was, dat vanaf toen de Russische taal als enige officiële taal in Polen werd ingevoerd. Het Pools-Litouwse Gemenebest verloor zijn laatste restant van enige eigenheid. Het werd opgedeeld in verschillende Russische provincies onder strendg Russische bestuur. De Litouwse bevolking bestond in die tijd voornamelijk uit boeren, die toen de status van lijfeigenen hadden, een milder woord voor werkslaven.

 

Herwonnen vrijheid, maar voor hoe lang?

In de eerste wereldoorlog werd Litouwen in 1915 op de Russen door Duitse troepen veroverd. In de verwarring die volgde op de Russische revolutie en de latere machtsgreep van de bolsjewieken proclameerde de Litouwers op 16 februari 1918 in Vilnius de Litouwse onafhankelijkheid. In de jaren 1920-22 werd de Litouwse staat internationaal erkend. Bij het Verdrag van Moskou (12 juni 1920) werd Litouwen door de Sovjet-Unie erkend. Door de Pools-Russische oorlog van 1920-22 die de Poolse maarschalk Jozef Pilsudski voerde tegen de bolsjewieken, bleef een groot gebied rond Vilnius en Grodno tot 1939 in Poolse handen. Na meer dan honderd jaar had Litouwen zijn onafhankelijk weer teug. Kaunas werd tijdelijk hoofdstad. Het katholieke Litouwen kon zich weer oprichten. In zijn Bulla Lituanorum gente van 1926 ordende Paus Pius XI de kerkelijke situatie door de oprichting van een nieuwe kerkprovincie voor het toenmalige grondgebied van Litouwen. Kaunas, reeds bisdom sinds 1417, werd metropoliet-aartsbisdom met als suffraganen de nieuwe bisdommen van Vilkaviškis (-Marijampole), Telšiai (-Klaipeda), Panevėžys  en  Kaišiadorys.

In de twintigste eeuw was Litouwen slechts een kleine periode van 1919 tot 1939 zelfstandig. In 1939 werd het een speelbal van de Duitsers en de Russen. Na de Tweede Wereldoorlog vestigen de Sovjets er hun Litouwse Volksrepubliek. Als eerste van de drie Baltische landen verklaarde het zich op 11 maart 1990 onafhankelijk van de Soviet-Unie. In het jaar 2000 had Litouwen 3.698.500 inwoners, waarvan ongeveer 2,8 miljoen katholiek zijn. Sinds 2004 behoort Litouwen tot de Europese Unie en tot de NAVO.

 

De Katholieke kerk in Litouwen

Van de drie Baltische landen is Litouwen het grootst en het enige overwegend Rooms-Katholieke land. Ongeveer 80% van de Litouwse en Poolse bevolking is er katholiek. Na zijn herwonnen onafhankelijkheid is er in 1991 een nieuwe herindeling van de Litouwse Rooms-katholieke bisdommen tot stand gekomen. Vilnius, reeds bisschopszetel sinds 1251 voor het bisdom Litouwen, dat in 1388 bisdom Vilnius als naam kreeg, werd pas in 1991 metropoliet-aartsbisdom.

Kardinaal Audrys Juozas Bačkis, die voor zijn benoeming internuntius in Den Haag was, is dus in feite de eerste aartsbisschop van Vilnius
Bestuurlijk is het sinds 1997 onderverdeeld in twee kerkprovincies: het aartsbisdom Vilnius met 2 suffra-gaan-bisdommen Panevėžys  en  Kaišiadorys (op de kaart hiernaast lichtgeel gekleurd) en het aartsbisdom Kaunas met 3 suffragaan-bisdommen Vilkaviškis (-Marijampole), Telšiai en Šiauliai (op de kaart hiernaast lichtblauw ingekleurd). Het bisdom Šiaulai is pas in 1997 opgericht. In totaal heeft Litouwen nu dus 7 bisdommen.

 

Patroon van Litouwen

Sint Casimir is de patroonheilige van Litouwen en Polen. Prins Casimir werd als zoon van koning Casimir IV van het Huis Jagiello en Elizabeth van Habsburg op 3 oktober 1458 in het Wawel-kasteel te Krakau geboren en is op 4 maart 1484 te Grodno (toen Groothertogdom Litouwen, nu gelegen in Wit-Rusland) ten gevolge van de pestepidemie gestorven. Hij heeft een vroom en ascetisch leven geleid. De Hongaren, niet te tevreden met Pa Casimir IV, boden hem de Hongaarse kroon aan, maar hij wilde niet. Hij wordt meestal afgebeeld met de prinsenmuts. Zijn relieken bevinden zich in een aparte zijkapel van de kathedraal van Vilnius.

 

Maria-heiligdommen in Litouwen

(1) de kapel bovenin de poort  van de oude stadsmuur van Vilnius toegewijd aan de Zalige Maagd Maria Moeder van Barmhartigheid, beter bekend onder de namen: de Madonna van Aušros Vartai (Pools: Ostra Brama, Engels: Gate of Dawn, NL: Poort van het Morgenrood, zie foto hiernaast). In de periode, dat Vilnius de hoofdstad was van het groothertogdom Litouwen, werd tussen 1503 en 1522 de grote stadsmuur van Vilnius gebouwd; ze zou toen negen stadspoorten hebben gehad; iedere poort was toegewijd aan een patroonheilige om de burgers van de stad te beschermen. Op het einde van de 18de eeuw is de stadsmuur verwijderd; deze poort is als enige gebleven. Het is een van de belangrijkste religieuze en historische monumenten van de stad Vilnius. De H.Maria-icoon is een object van grote verering zowel bij katholieken als ortodoxen. Duizenden votieven hangen aan de wanden van de kapel of bevinden zich in het archief van deze kapel. Op 4 september 1993 bezocht Paus Johannes Paulus II deze kapel en bad er samen met de mensen op de straat beneden de H. Rozenkrans. In de derde week van november wordt het kerkelijk feest van deze madonna van Barmhartigheid gevierd.

(2) Šiluva, gelegen in het aartsbisdom van Kaunas; hier zou de H. Maagd Maria zijn verschenen en zou haar voetafdruk op een grote steen staan, die daarom vereerd wordt.
 

De Bekende Kruisberg van Litouwen

In het bisdom van Šiaulia (in het verre noorden van Litouwen) ligt de bekende bedevaartsplaats de Kruisberg: Kryziu kainas. Naar geschreven documenten uit 1850 is het hoogst-waarschijnlijk ontstaan na de opstand  tegen het Tsaristische Rusland van 1831. Gedurende de communistische  sovjet-bezetting werd deze heuvel meerder malen verwoest, maar door de bevolking steeds weer opgebouwd als symbool van Geloof, Hoop en Leven. Tijdens zijn pastorale bezoek aan Litouwen in 1993 heeft de thans heilige Paus Johannes Paulus II de Grote vanaf de top van deze heuvel (die 60 meter hoog) heel Christelijk Europa gezegend. Sinds 1997 is op de voorlaatste zondag van juli de nationale bedevaart naar deze Kruisberg.

 

De priesteropleidingen in Litouwen

 

  1. Er een interdiocesaan priesterseminarie in Kaunas voor het aartsdom van Kaunas zelf en voor de bisdommen Marijampole en Šiauliai.
  2. Het bisdom van Telšiai heeft voor zijn clerus een eigen priesteropleiding.
  3. Het aartsbisdom van Vilnius heeft een priesteropleiding voor zijn gehele kerkprovincie.

Het grootseminarie van Vilnius, toegewijd aan de H. Jozef, is in 1993 door aartsbisschop Dr Audrys Juozas Bačkis heropgericht als interdiocesaan seminarie voor het aartsbisdom Vilnius en zijn twee suffragaan-bisdommen Panevėžys  en  Kaišiadorys. De priesteropleiding was tijdelijk gevestigd in oud klooster uit de 18de eeuw, dat tijdens het communistische bewind als kazerne geheel is uitgewoond. Na wat minimale verbouwingen en enige herinrichtingen om dit klooster weer bewoonbaar te maken, was dit gebouw al gauw te klein. Het was ook eigenlijk ook niet geschikt om als seminariegebouw dienst te doen. Al gauw werd besloten tot nieuwbouw.  In 1999 werd het nieuwe gebouw (zie foto hiernaast) aan de rand van Vilnius in gebruik genomen.

Dr Audrys Kardinaal Bačkis, thans emeritus aartsbisschop van Vilnius, werd op 18 maart 1961 te Rome tot priester gewijd; daarna volgde in 1964 zijn promotie tot Doctor in het Kerkelijk Recht. Na enige jaren van diplomatieke diensten, onder meer op de Filipijnen, in Costa Rica, Turkije en Nigeria was hij vanaf 1974 werkzaam op het Vaticaanse Staatssecretariaat. Op 5 augustus 1988 werd hij benoemd tot inter-nuntius in Den Haag en op 4 oktober d.o.v. door de thans heilige Paus Johannes Paulus II de Grote tot bisschop gewijd. Op 24 december 1991 werd hij tot eerste aartsbisschop van het pas opgerichte aartsbisdom Vilnius benoemd en op 3 maart 1992 als zodanig geïnstalleerd. In 2001 werd hij nog door Paus Johannes Paulus II tot kardinaal verheven. Op 5 april 2013 werd hem door Paus Franciscus eervol ontslag verleend als aartsbisschop van Vilnius. Een van zijn studenten van het eerste uur is nu zijn opvolger.

 

VILNIUS

De staf en leiding van het grootseminarie van Vilnius met in hun midden, de nieuwe aartsbisschop van Vilnius, Dr Ginteras Linas Grusas, geboren in Washington uit Litouwse ouders, in 1994 door Mgr Bačkis tot priester gewijd en in 1910, na zijn benoeming tot legerbisschop, door toen Kardinaal Bačkis tot bisschop geconsacreerd.

 

 



KAUNAS

De stafleden en de priester-studenten van het groot-seminarie van Kaunas.

 

TELŠIAI

De staf en de priesterstudenten van het grootseminarie van Telšiai