sl-transsylnania-01.jpg
Alba Iulia, St Michael-Kathedraal
sl-transsylnania-02.jpg
Szatmár, diaken- en priesterwijding
sl-transsylnania-03.jpg
Szatmár, diaken- en priesterwijding

Welkom op deze pagina, waar U informatie treft over ons hulpproject: het interdiocesane Grootseminarie van Alba Iulia, gelegen in Zevenburgen – Erdély – Transsylvanië, het westelijke deel van Roemenië  en over de Katholieke kerk aldaar.

 

Zevenburgen - Erdély - Transsylvanië

Drie namen voor een door de eeuwen heen omstreden gebied, het westelijke deel van het huidige Roemenië, maar dat tot 1918 een deel was van de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie, tot 1863 een kroonland van Oostenrijk en na deze datum een deel van het Hongaarse Koninkrijk, een gebied waar drie volken wonen: Hongaren, Duitsers en Roemenen, waar drie talen door elkaar gebruikt worden: Hongaars, Duits en Roemeens. In het wapen van Zevenburgen staat de Hongaarse mythologische Turul-vogel afgebeeld (geen adelaar maar een slechtvalk), de zon en de maan van Szeklerland, en in het onderste deel zeven torens, die verwijzen naar de zeven Saksische vestingsteden, met op de achtergrond de driekleur van Zevenburgen: blauw, rood, geel.


Transsylvanië

Het land aan de overzijde (trans=over) van de bossen (silva=bos-woud). De Roemenen claimen, dat dit gebied reeds in de Romeinse tijd door de Daciërs werd bewoond, van wie zij zeggen af te stammen. Hongaarse en Roemeense historici zijn het heftig oneens over deze stelling. Volgens de Hongaren was de aanwezigheid van de Daciërs in Transsylvanië marginaal. Volgens Roemeense historici ligt de bakermat van Roemenië juist in Transsylvanië. Hoe het ook zij, reeds eeuwen werd Zevenburgen door de Hongaren bewoond, voordat er sprake was van een Roemeense staat. Pas in mei 1881 nam een Duitse prins, Karel van Hohenzollern-Sigmaringen,  onder de naam Carol I de titel van Koning ('rege') van Roemenië aan, van het zgn. Klein-Roemenië, het gebied van de verenigde prinsdommen van Walachije en Moldavë.

 

Zevenburgen

Zevenburgen in het Duits Siebenbürgen: de naam verwijst naar de zeven vestingsteden van het Duitstalige volksdeel (afkomstig uit Rijnland en de Vlaamse streken, die toen met de algemene naam Saksen werden aangeduid). Deze kolonisten waren door de Hongaarse koning Géza II (koning van 1141-1162) uitgenodigd om de Hongaarse oostgrens te verdedigen tegen invallen uit Azië. Na de Mongoolse invallen van 1241-42 werden de kerkdorpen met fortificaties verstevigd tot zgn. Weerdorpen. De belangrijkste vestingsteden van toen zijn: Hermannstadt (R: Sibiu, H: Nagyszeben), Klausenburg (R: Cluj-Napoca, H: Kolozsvár) en Kronstadt (R: Braşov, H: Brasso). Onder het zwakke bestuur van koning András II (koning van 1205-1235) kregen deze Zevenburger Saksen in 1222 met de Gouden Bul gelijke rechten als de Hoge Adel (autonomie met eigen rechtspleging). Deze Gouden Bul zou het gezag van de koning nog verder uithollen.


Erdély

Deze Hongaarse naam betekent bosrijk. Vanaf het jaar 890 hebben de Magyaren onder Grootvorst Árpád (+907) die beschouwd wordt als de stamvader van de Árpád-dynastie (1001-1301) de Pannonische vlakte, de Karpatenbocht, bezet. In 985 had hun vorst Geza (vorst van 972-997) en diens zoon Vajk (de Dappere) het Christendom aangenomen. Bij zijn doop door bisschop Adalbert van Praag had Vajk de naam Stephanus (H: István) aangenomen. In het jaar 1000 werd vorst Stephanus met toestemming van Paus Silvester II tot Apostolisch koning gekroond met zending. Volgens de legende zou hij van deze Paus de Heilige Hongaarse Kroon gekregen hebben, die als relikwie vereerd wordt. Zonder directe erfgenamen heeft hij op zijn sterfbed zijn land en de kroon aan de H. Maagd Maria aangeboden. Onder meer de bisdommen Csanád [eq.Temesvár] en Gyulafehérvár [R: Alba Iulia] zijn door hem gesticht.


Székelyföld - Szeklerland

Naast kolonisten uit West-Europa had koning Géza II (koning van 1141-1162) ook de Hongaarse stam der Szeklers uitgenodigd om in het noordelijke deel van de Karpaten de bergpassen tegen invallen uit Azië te beschermen. In ruil voor deze dienst kregen ze een verre gaande vorm van autonomie en grond in gemeenschappelijk bruikleen.
 

Ook na de Tweede Wereldoorlog was Szeklerland met wisselende grenzen tussen 1952-1968 nog een autonoom gebied. Dictator Ceaucescu heeft deze autonomie ingetrokken. De katholieke Hongaarse Szekler strijden nu wederom voor een eigen autonoom gebied. De zon en de maan, twee symbolen die zouden verwijzen naar hun verblijf op de steppen van Azië, komen terug in de streekvlag van Székelyföld en in verschillende wapenschilden, o.a. in dat van het Szekler district Covasna (zie afbeeldingen).


173 JAAR TURKSE BEZETTING

In de 15de eeuw kwam het gevaar niet langer meer uit het oosten, maar uit het zuiden. Bij het begin van de 16de eeuw was het Ottomaanse Rijk een belangrijke militaire macht geworden, die grote delen van Zuid-Europa had veroverd. In 1385 was Sofia veroverd en in 1453 Constantionopel. Sultan Suleiman I (sultan van 1520-1566) had in 1521 Belgrado bezet en daarmee de controle over een groot deel van de Donau in handen gekregen. Hij wilde doorstoten naar Wenen en daarna naar Italië, naar Rome. Tussen 1526 en 1541 werd Hongarije grotendeels door de Turken veroverd. Bij de slag bij Mohács (29 augustus 1526) was de 20-jarige koning Lajos II gesneuveld. De Hongaarse troon werd geclaimd door Aartshertog Ferdinand I van Habsburg, een zwager van Lajos II, en door János Szapolyai, de Voivode [vorst] van Transylvania, die echter al in 1540 overleed. In 1541 werd Hongarije opgedeeld in een noordwestelijk deel, het Koninkrijk Hongarije met Bratislava (D: Pressburg, H: Pozsony) als hoofdstad onder Aartshertog Ferdinand I van Habsburg (een jongere broer van keizer Karel V), een middendeel onder direkt Ottomaans bestuur, opgedeeld in verschillende Turkse provincies, waaronder de Buda-provincie, de Eger-provincie en de Banat van Temesvár, en een oostelijke deel, het vorstendom Transsylvanië als een Turks protectoraat.


219 JAAR HABSBURGS BESTUUR tot 1918

Op het einde van de tweede grote Turkse oorlog, die in 1683 begon met het beleg van Wenen door Pasha Kara Mustafa, werden bij de Vrede van Karlowitz (26 januari 1699) Hongarije en Transsylvanië door de Turken afgestaan aan de Oostenrijkse Habsburgers. In de Turkse Oorlog van 1716-18 werd de Banaat van Temesvár door Prins Eugenio (H: Jenő) von Savoy (1663-1736) voor de Habsburgers bevrijd. Tot 1751 was de Banaat een militair district direct onder bestuur van de keizer in Wenen. In Zevenburgen verdedigden de Saksen met hand en tand hun verkregen rechten van destijds. Bij de Hongaarse opstand van 1848-49 kozen ze aanvankelijk de zijde van de Hongaren, maar toen bleek dat deze hun politieke macht wilde ontnemen, kozen ze toch partij voor Wenen. In 1866 werd het Oostenrijkse keizerrijk gesplitst en kregen de Hongaren hun eigen koninkrijk met Zevenburgen, Kroatië, Slovenië, Dalmatië, de havenstad Triest (Rijeka), en in 1916 Bosnia. Na de troebelen van de Eerste Wereldoorlog en beducht voor de Hongaarse politiek, bood op 1 december 1918 de Zevenburger Saksische Landdag de kroon van Zevenburgen aan de Roemenen aan, in de hoop dat hun situatie onder hen beter zou worden. Het zou echter een ware ontgoocheling worden. Na 1990 zouden vele Zevenburger Saksen de kans grijpen om naar Duitsland of Oostenrijk te emigreren.


De KATHOLIEKE KERK IN ROEMENIË

Bij de volkstelling van 2010 had Roemenië had 21,7 miljoen inwoners, waarvan 82,3% Roemeens-Orthodox is, 3,8% Rooms-katholiek en onder meer 2,6% Protestant.
De Katholieke Kerk heeft in Roemenië een RK-aartsbisdom in Boekarest (als bisdom opgericht in 1883, sinds juni 1930 aartsbisdom) met vier suffragaan-bisdommen: het bisdom Iaşi (H: Jászvásár, opgericht in 1883), en de westelijk gelegen bisdommen Timişoara (H: Temesvár), Oradea (H: Nagyvárd) en Satu Mare (H: Szatmár) en het sinds 1994 autonome aartsbisdom Alba Iulia (H: Gyulafehérvár).
Roemenië heeft een eigen kerkprovincie voor de Grieks-katholieken: de zgn. Roemeens katholieke kerk met Byzantijnse traditie: een aartsbisdom (opgericht in 1721, sinds 2005 Groot-Aartsbisdom) en vier bisdommen (eparchies). De Katholieke Armeniërs hebben sinds juni 1930 een Ordinariaat, waarvan de huidige aartsbisschop van Alba Iulia Apostolisch Administrator is.

Het RK-aartsbisdom Alba Iulia (H: Gyulafehévár, D: Karlsburg) is in 1009 door de eerste koning van Hongarije, St Stephanus (koning van 1000-1038), opgericht als Bisdom Transylvania. Kort na 1700 was het suffragaan van het Hongaarse aartsbisdom van Kalocsa. Nadat Zevenburgen in 1920 door Roemenië was geannexeerd, werd het in 1932 door Paus Pius XI als bisdom Alba Iulia geplaatst onder het aartsbisdom van Boekerest. Augustus 1991 werd het door Paus Johannes Paulus II verheven tot een autonoom aartsbisdom.
Het aartsbisdom Alba Iulia heeft ongeveer 4,0 miljoen inwoners, waarvan 13% (circa 540.000) RK gelovig, en van deze is 95% van Hongaarse afstamming.
Van 1938 tot 1980 was Mgr Dr Áron Márton aartsbisschop van Alba Iulia. Juni 1948 is hij door de communisten gearresteerd en in een show-proces tot levanslange gevangenisstraf veroordeeld. Na de dood van Dictator Stalin werd de politieke situatie iets milder en werd zijn straf omgezet in huisarrest. Door bemiddeling van de Weense kardinaal Franz König werd in 1967 zijn huisarrest opgeheven. Tot aan zijn overlijden werd hij echter door de Securitate, de Roemeense geheime dienst, gecontroleerd. Hij ligt begraven in de crypte van de St Michael-basiliek van Alba Iulia. Voor een uitgebreidere biografie, zie het report onder de rubriek Geloofdgetuigen.

 

saturHet RK-bisdom Timişoara (H: Temesvár) is in 1030 eveneens door de eerste koning St Stephanus opgericht, als bisdom Csanád. De eerste bisschop was St Gellért (Gerardo Sagredo), die in 1046 te Buda door heidenen is vermoord. Ook dit bisdom was na 1700 een suffragaan-bisdom van het Hongaarse aartsbisdom Kalocsa (zie kaartje). Bij het Verdrag van Trianon (4 juni 1920) werd de Bánát van Temesvár verdeeld onder Servië en Roemenië. Slechts een klein deel bleef in Hongarije. Na moeizame onderhandelingen van het Vaticaan met de regering in Boekarest kwam in 1930 een concordaat tot stand, waarna het Vaticaan juni 1932 het bisdom Timişoara (H: Temesvár) kon heroprichten. In 2010 had dit bisdom ongeveer 1,5 miljoen inwoners, waarvan rond 9,6% katholiek is. In dit gebied woonden veel Swaben, die na 1700 naar dit gebied gekomen zijn. Rond 1910 was meer dan 50% van de bevolking van de stad Temesvár van Duitstalig. Na de onafhankelijkheid zijn zeer veel Duitsers naar Duitsland en Oostenrijk geëmigreerd, met fatale gevolgen voor deze streek.

 

Het RK-bisdom Oradea Mare (H: Várad, sinds 1872 Nagyvárad; D: Grosswardein; Slowaaks: Vel’ký Varadin) zou volgens historische bronnen ook door Koning Stephanus als bisdom Byhor (Bihar) gesticht zijn en door de Heilige Koning László (Ladislaus I, koning van 1077-1095) in 1083 verplaatst zijn naar Várad. Szent László is de patroon van dit bisdom. Tijdens de Mongoolse invasie van 1241 is de stad volledig verwoest. In de 14de en 15de eeuw maakt dit bisdom een snelle ontwikkeling door. Na de Slag van Mohács (1526) waarna Hongarije voor deel door de Turken werd veroverd en door de snelle opmars van het protestantisme raakte dit bisdom in verval. De komst van de Jezuïeten in 1579 kon dit verval niet tegenhouden. Van 1660 tot 1692 was het een deel van het Ottomaanse Rijk. Na de Turken kwam  het onder Habsburgs bestuur. Rond 1710 was het een suffragaan-bisdom van het aartsbisdom Kalocsa-Bács. Met de bouw van de huidige kathedraal is men in 1752 begonnen. Bij het Verdrag van Trianon (1920) werd grondgebied van dit bisdom verdeeld onder de Slowaken, de Hongaren en de Roemenen. Juni 1930 moest dit bisdom van de Roemeense regering samengaan met dat van Szatmár (R: Satu Mare), om in 1941 toen dit gebied volgens het Tweede Weense Gerecht terug kwam bij Hongarije , weer gesplitst te worden. In 1948 moesten de bisdommen van Oradea en Satu Mare van de communisten weer samengevoegd worden, om in 1982 weer geplitst te worden.
Volgens de Census van 2004 had dit bisdom ca. 1 miljoen inwoners, waarvan 10,5% Rooms-katholiek, meeste van Hongaarse afkomst.

Het RK-bisdom Satu Mare (H: Szatmári Római Katolikus Püspökség) is op 23 maart 1804 opgericht door de Habsburger Frans I, eerste keizer van Oostenrijk en als Ference II koning van Hongarije. (van 1792-1835); deze oprichting is later door Paus Pius VII bevestigd. Toentertijd lag dit bisdom geheel in Hongarije met een uitgebreid grondgebied, dat reikte tot ver in het huidige Slowakije, in Hongarije en in Roemenië. Het is twee keer samengevoegd en weer gesplitst met het bisdom van Oradea. In 2010 had dit bisdom ongeveer 880.000 inwoners, waarvan 7,2% katholiek is.
Op 3 juli 2011 is een vroegere bisschop, Mgr János Scheffler als bisschop-martelaar zalig verklaard. Hij was op 26 maart 1942 door Paus Pius XII benoemd tot bisschop van Szatmár, toen door het Tweede Weense gerecht Hongaars grondgebied, en later op 9 april 1948 herbenoemd als bisschop van het nieuwe Roemeense samengevoegde bisdom Oradea-Satu Mare. Hij is in mei 1950 door de communisten gearresteerd en na zware mishandelingen op 6 december 1952 overleden. Voor een uitgebreidere biografie, zie de rubriek Geloofdgetuigen.


Het Grootseminarie S.I.S. van Alba Iulia: Na de Reformatie en de Turkentijd werd met de benoeming van Bisschop András József Illyés in 1697 de kerkelijke hierarchie in Zevenburgen hersteld.
Bisschop Zsigmond Antal Szotojka de Sala et Kricsfalva (bisschop van 1749-1759) heeft in 1753 de priesteropleiding S.I.S. opgericht, Seminarium Incarnatae Sapientiae. Aanvankelijk was de opleiding ondergebracht in het bisschopshuis. Later, in 1758, werd deze verplaatst naar een apart gebouw, dat al gauw te klein was. In 1778 verhuisde de opleiding naar een voormalig Jezïetencollege, waarvan de orde in 1773 door Paus Clemens XIV was opgeheven (maar die door Paus Pius VII in 1814 weer is heropgericht). Sinds 1792 is het grootseminarie gehuisvest in een oud klooster van de Trinitariërs. De hoogbouw, het zgn. Battyáneum, die naast het seminarie staat is de vroegere kapel, die de toenmalige bisschop Graaf Ignatius Batthány (bisschop van 1781-1798) heeft laten verbouwen tot bibliotheek, die na de oorlog door staat is geconfisceerd en die nog steeds niet aan het aartsbisdom van Alba Iulia is teruggegeven.
Geplaagd door allerlei tijdsperikelen heeft het bisdom Alba Iulia nooit genoeg financiën gehad om eens een geheel nieuw seminarie te bouwen. Onder de bisschoppen Áron Márton (1938-1980) en Jakab Antal (1980-1990) zijn enige uitbreidingen tot stand gekomen. In 1970 is er een poging gedaan om een nieuw seminarie te bouwen, maar door de communistische regering werd daarvoor geen toestemming verleend. Het gevolg is dat dit seminarie nog steeds gehuisvest is in een aantal oude panden, die veel onderhoud vergen. Het seminarie ligt in de oude citadel van Alba Iulia, dat thans op de Unesco-wereld erfgoedlijst staat. Iedere verbouwing kan alleen met speciale toestemming tot stand komen.

SINDS 1999 helpt de Stichting ‘Totus Tuus’ dit priesterseminarie met grote, noodzakelijke renovaties en verbouwingen. Begonnen is met de vernieuwing van de daken: de dakspanten waren vermolmd en opgevreten door de houtworm. Vervolgens werden de varkensstallen opgeruimd en de grond ervan gesaneerd. In toptijden had het seminarie meer dan 100 varkens te verzorgen voor eigen vleesproductie en eigen worstmakerij. In een later stadium zijn de bibliotheek en de kapel met elkaar verwisseld. De bibliotheek is nu op de begane grond; in het souterrain is het archiefgedeelte van de oude jaargangen tijdschriften, met verrijdbare panelen op rails en met een speciale klimaatbeheersing in verband met het vochtigheidspercentage van de lucht. De leeszaal en de uitleenbibliotheek zijn met nieuw meubilair ingericht en hebben nu ook een elektronische beveiliging, zodat men niet zonder alarm boeken kan meenemen. In de loop der jaren heeft de Stichting ook veel geholpen bij de aanschaf van nieuwe wetenschappelijke theologieboeken voor de bibliotheek; nieuwe uitgaven van Herder Verlag (onder meer Fontes Christiani, Herders Lexikon für Theologie und Kirche, Theol. Kommentar zum AT en NT en andere naslagwerken voor bijbel studies) en onder meer van Walter de Gruyter Verlag (de uitgave TRE, Theologische encyclopedie van 36 kloeke delen). De kapel is nu een etage hoger. Men heeft er nu ook veel meer licht van buiten, zodat men niet altijd het licht aan hoeft te doen. Een grote operatie was de vernieuwing van de riolering, nieuwe elektrische bedradingen voor de nieuw in te richten keuken. De oude keuken was volgens EU-normen afgekeurd. In de kelder onder de keuken zijn nieuwe vriesruimten aangelegd, alles opnieuw betegeld voor de opslag van onder meer inmaak-groeten voor de wintertijd. Een van de laatste renovaties is de vernieuwing van de ramen met dubbel glas. Hiermee hoopt men veel kosten te besparen op de stookkosten. Regelmatig is ook meubilair van de studenten vernieuwd, bedden, matrassen en opbergkasten, die in Roemenië zelf zijn aangekocht. Met zo’n groot tehuis waar zoveel studenten wonen en moeten leren, met verblijven voor de leraar-professoren is men eigenlijk nooit klaar.