sl-witrusland-01.jpg
Grodno: centrum
sl-witrusland-02.jpg
Grodno Kathedraal St Franciscus Xaverius

Welkom op deze pagina, waar U informatie treft over onze projecten in Wit-Rusland  en over de Katholieke kerk aldaar.

De Wit-Russen hebben liever, dat we hun land BELARUS noemen, een verwijzing naar de oude status van Wit-Roethenië, omdat de naam Wit-Rusland hen te veel herinnert aan de Russische Tsarentijd en de Sovjet-Unie.


HISTORISCHE ACHTERGROND

Hoewel de Oost-Slavische volksstam der Wit-Russen tussen de 10de en de 12de eeuw onder meer het vorstendom Polozk gevormd hadden, hebben zij tot 1918 nooit een eigen staat gehad.

In de 13de eeuw werden de Wit-Russen bedreigd door de Mongolen en door de Teutoonse Ridders van de Duitse Orde. Ze zochten steun en bescherming bij het machtige vorstendom Litouwen. Er ontwikkelde zich een symbiose: de Wit-Russen brachten culturele waarden: het Christelijke Orthodoxe geloof en hun Oud-Slavische taal, dat in Litouwen de hoftaal werd, terwijl de militaire macht van Litouwen hen beschermde.

1385- Bij de Unie van Kreva zocht de Litouwse vorst Jagiello steun bij Polen tegen de invallen van de Duitse Orde. Deze Unie werd in 1386 bekrachtigd met het huwelijk van deze vorst met de Poolse Koningin Jadwiga (van Hongaarse afkomst), waardoor Litouwen in een personele unie met Polen verenigd werd. Voor dit huwelijk moest Jagiello zich laten dopen en werd Koning Wladislaw II Jagiello van Polen. In de grote slag bij Tannenberg, 15 juli 1410, werden hun gemeenschappelijke vijanden, de Teutoonse Ridders van de Duitse Orde vernietigend verslagen en werd de Duitse Grootmeester der Orde gedood. Later, bij de Unie van Lublin (1569) werden Litouwen en Polen samengesmeed tot een staat, de zgn. Adelsrepubliek met een gekozen koning. Door de Poolse invloed werd de Poolse taal en de Rooms-katholieke godsdienst in Wit-Rusland overheersend, onder meer  door de vermenging van de Poolse, de Litouwse en Wit-Russische adel met elkaar.

1772- Wegens onderlinge conflicten tussen de gekozen Poolse koning en de machtige Poolse adel (Szlachta) met hun vele privileges konden bij de Poolse delingen (1772, 1793 en 1795) Koning Frederik de Grote van Pruisen, Keizerin Maria Teresia van Oostenrijk en Tsarina Catharina de Grote van Rusland (Tsarina van 1762-1796) ieder hun deel in de wacht slepen. Bij deze delingen kwam het Wit-Russische stamgebied bij Rusland. De Tsaren dwongen de Rooms-katholieken toe te treden tot de Orthodoxe kerk. Rond 1840 werden al hun bezittingen bij decreet toegewezen aan de Russische Orthodoxe Kerk. Na de opstand/revolutie van 1905 stond Tsaar Nicolaas II per decreet de vrijheid van godsdienst toe. Veel Wit-Russen wilden toen een eigen katholieke kerk met Byzantijnse ritus. Dit werd door de Tsaar geweigerd. Vele gingen toen over naar de Rooms-katholieken kerk met de Latijnse ritus.

1918- Op het einde van de Eerste Wereldoorlog was het Russische imperium ingestort. Wit-Rusland werd een Duits-Russisch slagveld. Tussen 1919 en 1921 woedde op haar grondgebied de Pools-Russische oorlog. Met de Vrede van Riga (18 maart 1921) tussen Polen en Lenin werd de oostgrens van Polen dwars door Wit-Russische gebied vastgelegd. Het westelijke deel met de steden Grodno, Brest en Pinsk kwam terug bij de Poolse Republiek onder Maarschalk Pilsudski. Het oostelijke deel (met de steden Minsk, Mogilev, Polozk, Vitebsk en Homel) werd in 1922 een deelrepubliek van de Sovjet-Unie. Ook hier begon vanaf 1929 dictator Jozef Stalin (+maart 1953) zijn politieke zuiveringen en werden  de oude partijgenoten geliquideerd of naar Siberië verbannen. Ook hier werd de landbouw gecollectiviseerd en werd op de scholen de Russische taal ingevoerd. Iedere vorm van nationalisme werd de kop in gedrukt. Hij heeft vele miljoenen slachtoffers gemaakt.

1939-1991. Door het Molotov-Ribbentrop-Pact van 23 augustus 1939 werd Polen door Stalin en Hitler opnieuw opgedeeld en kwam het westelijke, Poolse deel van Wit-Rusland weer onder Russische bestuur. Veel burgers werden toen naar Siberië gedeporteerd. Door Operatie Barbarossa (begonnen op 22 juni 1941) kwam Wit-Rusland tussen 1941 en 1944 onder Duits militair bestuur, Reichcommissariaat Ostland. Daarna, tussen 1944 en 1991 had de Wit-Russische bevolking opnieuw veel te verduren van de Russische dictatuur.

1991-HEDEN Op 21 augustus 1991 verklaarde Wit-Rusland zich onafhankelijk van de Sovjet-Unie, dat op 25 december 1991 formeel ophield te bestaan.


DE KATHOLIEKE KERK IN WIT-RUSLAND

Volgens zeer oude documenten zou er tussen 1008 en 1013 een RK-bisdom zijn gesticht in TUROV, toen een belangrijke handelsplaats, gelegen in het huidige zuiden van Wit-Rusland, nabij Pinsk. Verder zou er rond 1620 een aartsbisdom zijn geweest in POLOZK (gelegen in het noorden van Wit-Rusland) met de heilige Josaphat Kuntsevych als aartsbisschop (1618-1623).
HET BISDOM MOGILEV: Na de Eerste deling van Polen-Litouwen van 1772, waarbij het grootste deel van het Wit-Russische gebied bij Rusland kwam, heeft Tsarina Catharina de Grote met een eenzijdige actie het RK-bisdom Mogilev opgericht; later heeft zij Mogilev tot aartsbisdom verheven met het gehele Russische rijk als zijn territorium en met Sint Petersburg als zijn bisschopszetel (voor de controle!). Uiteindelijk werd deze actie door Paus Pius VI in 1783 erkend.

Sinds 1999 heeft Wit-Rusland een RK-kerkprovincie, bestaande uit het aartsbisdom Minsk-Mogilev en de drie bisdommen: Pinsk, Grodno en Vitebsk.
Rond 15% van de bevolking (1,4 miljoen inwoners) is Rooms-katholiek. De Poolse en Litouwse minderheden (0,4 miljoen) wonen in het westelijke en noordwestelijke deel en zijn overwegend Rooms-katholiek.

WIT-RUSLAND heeft twee seminaries, die beide door de Stichting ‘Totus Tuus’ worden ondersteund: (1) het interdiocesane seminarie St Thomas van Aquino te Pinsk, in 2001 gesticht door Kardinaal Świątek, voor het aartsbisdom Minsk-Mogilev en de bisdommen Pinsk en Vitebsk, en (2) het seminarie van Grodno, toegewijd aan de H. Maria Onbevlekt Ontvangen.Beide seminaries zijn gevestigd in een opgelapt, voormalig klooster uit de 17de eeuw. In september 2013, bij het begin van het nieuwe studiejaar had het interdiocesane seminarie van Pinsk 26 priesterstudenten en het diocesane seminarie van Grodno 36 studenten.

De rector van het seminarie van Grodno, Rev. Joseph Staniewski, vraagt uw financiële ondersteuning voor het levensonderhoud van zijn priesterstudenten, voor het algemeen dagelijks onderhoud van zijn seminarie, voor nieuw meubilair (tafels, stoelen, kasten en nieuwe bedden voor de studenten) en voor een nieuwe grondige restauratie van het oude kloostergebouw.

Mag hij rekenen op uw hulp?

Bij de vermelde bisschoppen is een korte biografie gegeven om U te laten ervaren hoeveel land en volk gedurende het repressieve regime van de communistische Sovjet-Unie hebben meegemaakt. In de gehele Sovjet-Unie waren slechts twee RK-seminaries toegestaan: in Kaunas, Litouwen, voor alleen Litouwers, en in Riga, Letland, voor de rest van de Sovjet-Unie. Beide seminaries stonden onder strenge controle van de KGB en slechts een zeer beperkt aantal studenten mocht met hun toestemming worden toegelaten.


HET AARTSBISDOM MINSK-MOGILEV

Dit werd 13 april 1991 opgericht door samenvoeging van het aloude aartsbisdom Mogilev (van april 1783) en het bisdom van Minsk (van augustus 1798). Tot eerste aartsbisschop werd Mgr Kazimierz Świątek benoemd, die later door Paus Johannes Paulus II tot kardinaal is verheven.


KARDINAAL KAZIMIERZ SWIĄTEK

Emeritus Aartsbisschop van Minsk-Mogilev (21 oktober 1914 – 21 juli 2011) is van Poolse afkomst, werd geboren in Valga (Du: Walk, nu Estland). Na de Revolutie van 1917 verhuisde de familie naar Pinsk (toen Oost-Polen). Hij werd april 1939 tot priester gewijd. Na de Russische bezetting van Oost-Polen in september 1939 werd hij door de Sovjets gearresteerd en ter dood veroordeeld. Bij de Duitse invasie (Operatie Barbarossa) van juni 1941 kwam hij vrij. In 1944 werd dit gebied wederom door de Sovjets bezet. Hij werd opnieuw gearresteerd en veroordeeld tot 10 jaar werkkamp in Siberië. In 1954 kwam hij vrij en werd pastoor van de kathedraal van Pinsk. Na de onafhankelijkheid van Wit-Rusland werd hij in 1991, 76-jaar oud, door de heilige Paus Johannes Paulus II tot aartsbisschop van Minsk-Mogilev benoemd en in 1994 als eerste Wit-Rus tot kardinaal verheven. Op 14 juni 2006, 91 jaar oud, ging hij met emeritaat. Tot begin 2011 was hij nog Apostolisch Administrator van het bisdom Pinsk.

 

De huidige aartsbisschop Mgr Tadeusz Kondruciewicz is in 1946 in Odelsk geboren uit een Poolse familie. Hij kon pas op 30-jarige leeftijd naar het seminarie van Kaunas, Litouwen. Mei 1981 is hij tot priester gewijd. In 1989 werd hij door Paus Johannes Paulus II benoemd tot Apostolisch Administrator van Minsk. Van 2002 tot 2007 was hij aartsbisschop van het nieuwe aartsbisdom Moskou, Rusland. Sinds september 2007 is hij aartsbisschop van Minsk-Mogilev.

 

 

 

 

HET BISDOM PINSK

Dit bisdom werd op 28 oktober 1925 opgericht (toen in Oost-Polen).
De huidige bisschop van Pinsk, Mgr Antoni Dziemianko, werd in 1960 geboren. Hij volgde zijn priesteropleiding aan het seminarie van Riga, Letland. Hij werd reeds in 1980 op 20-jarige leeftijd door toen Hulpbisschop Vincentas Sladkevicius, M.I.C. van het Litouwse bisdom Kaišiadorys (de latere Kardinaal, aartsbisschop van Kaunas, Litouwen) tot priester gewijd. Na zijn wijding kreeg hij van de communistische autoriteiten geen toestemming om pastoraal werk te doen. Tot 1985 fungeerde hij als koster en organist. Van 1982 tot 1984 moest hij zijn militaire dienstplicht vervullen in de poolcirkel bij Moermansk. In 1998 werd hij hulpbisschop van Grodno en door Z.Em. Kazimierz Kardinaal Świątek tot bisschop geconsacreerd. Mei 2012 is hij door Paus Benedictus XVI benoemd tot ordinarius van Pinsk.
 

 

Mgr Kaziemierz Wielikosielec is hulpbisschop in Pinsk. Hij is op 5 mei 1945 in een klein dorpje, Staravola, geboren. Ondanks tegenwerking om zijn geloof tijdens zijn militaire diensttijd en zwaar werk in Vilnius groeide zijn geloof en zijn wens om priester te worden. In zijn Vilnius-periode kwam hij contact met de Paters Dominicanen waar hij het idee kreeg bij hen in te treden. In 1981 kreeg hij toestemming om in Riga zijn theologie-opleiding te volgen. Juni 1984 werd hij door de coadjutor Apostolische Administrator van Liepāja, Letland, tot priester gewijd. Als pastoor had hij een uitgebreid gebied te bedienen en hield hij zich ook bezig met de reparaties van vaak zwaar beschadigde kerken. In 1999 werd hij benoemd tot hulp-bisschop van Pinsk en is hij door Kardinaal Świątek tot bisschop geconsacreerd.
 
 
 
 
 
 

HET BISDOM VITEBSK

 

Dit werd op 13 oktober 1999 opgericht door een afscheiding van het aartsbisdom Minsk-Mogilev, Wit-Rusland. Als eerste bisschop werd Mgr Wladislaw Blin benoemd. Hij werd op 31 mei 1954 in Swidwin (West-Pommeren, Polen) geboren uit een Poolse familie, die op het einde van de Tweede Wereldoorlog, als zovele anderen, uit het westelijke deel van Wit-Rusland door de Russen op de vlucht waren verjaagd. Hij volgde zijn priesteropleiding aan het seminarie van Wloclawek, waar hij op 25 mei 1980 door bisschop Jan Zareba tot priester werd gewijd. Toen Wit-Rusland weer onafhankelijk werd, ging hij terug naar het vaderland van zijn ouders en begon in Mogilev een nieuwe katholieke parochie op te bouwen, de eerste in dat gebied sinds jaren. Bij de oprichting van het bisdom Vitebsk werd hij tot de eerste bisschop benoemd en is hij op 20 november 1999 door Kardinaal Swiatek tot bisschop geconsacreerd. Op 25 februari 2013 trad hij terug als bisschop van Vitebsk. Sindsdien is de zetel vacant.


HET BISDOM GRODNO

Dit bisdom werd op 13 april 1991 opgericht en grenst in het noordwesten deels aan Litouwen en deels aan Polen. In 2006 telde dit bisdom circa 0,9 miljoen inwoners. Het heeft een gemengde bevolking van Wit-Russen, Russen, Litouwers en Polen; ongeveer 60% is er Rooms-Katholiek.
Mgr Aleksander Kaszkiewicz, een Litouwer van Poolse afkomst, geboren op 23 september 1949 in de omgeving van Vilnius, is de eerste bisschop van Grodno. Hij werd in 1976 tot priester gewijd en in 1991 door bisschop Tadeusz Kondrusiewicz tot bisschop geconsacreerd. Momenteel is hij de Voorzitter van de Wit-Russische bisschoppenconferentie.
 
 
 
 
 
 
 


WIT-RUSLAND: DRIE NIEUWE BISSCHOPPEN

Op 29 november 2013 heeft de metropoliet-aartsbisschop van Minsk-Mohilev, Mgr Tadeusz Kondrusiewicz bekend gemaakt, dat Paus Franciscus drie nieuwe bisschoppen voor Wit-Rusland heeft benoemd.

  1. Tot bisschop in Vitebsk heeft de Paus de 42-jarige priester Oleg Butkevich van het diocees Vitebsk benoemd. Hij zal op 18 januari 2014 in de kathedraal van Vitebsk tot bisschop geconsacreerd worden. Hij wordt de tweede bisschop van dit in 1999 opgerichte bisdom.
  2. Tot hulpbisschop van het aartsbisdom Minsk-Mogilev is de 43-jarige priester Yuri Kasabutsky van dit aartsbisdom benoemd. Hij zal op 25 januari 2014 in de H. Maagd Maria-Kathedraal van Minsk tot bisschop worden geconsacreerd.
  3. Tot hulpbisschop van het bisdom Grodno is de 44-jarige priester Jozef Staniewski benoemd, tot dan rector van het priesterseminarie van Grodno. Hij is op 1 februari 2014 tot bisschop worden gewijd. Als nieuwe rector van het seminarie te Grodno wordt is Professor Dr Roman Raczko benoemd.

 


PATERS DOMINICANEN

Sinds het ontstaan der Orde der Predikheren hebben de paters Dominicanen vanuit hun eerste vestiging in Polen, Kraków, in 1223, missioneringswerk verricht in Polen, Oekraïne, Wit-Rusland en de Baltische landen Estland, Letland en Litouwen.
De heilige Hyacinthus (1185-1257), apostel en patroon van Polen, stamt uit de adellijke familie Odrowaz, Groothertogdom van Opole, was een van de eerste predikheren en evangelieerde in Polen, Oekraïne, Pommeren en Litouwen. Bij zijn vlucht voor de Tartaren uit Kiev nam hij een monstrans en een Mariabeeld mee, attributen waarmee hij meestal wordt uitgebeeld. Zijn relieken worden bewaard in een prachte schrijn in de Dominikaner-basiliek van de H. Drieëenheid te Kraków. Tot aan de Tweede wereldoorlog waren de Dominicanen wijd verspreid in de Oekraïne en het huidige Wit-Rusland.
Sinds enige hebben ze nieuwe vestigingen in Litouwen en Letland (Liepaje). Sinds het jaar 2000 zijn ze weer terug in Wit-Rusland (Vitebsk), en sinds 2013 in de Oekraïne (Lemberg). De vestiging in Wit-Rusland behoort tot een vicariaat van de Poolse Dominicaanse provincie. Met toestemming van de bisschop van Vitebsk konden ze daar een parochie overnemen. De paters, drie in totaal, hebben daar een flatwoning gehuurd.